februari 19, 2010

Het halve werk

Anderhalf jaar geleden heb ik in San Francisco een paar uur voor de deur van the Fillmore gestaan, voor een Spoon-concert, omdat iemand had gezegd dat het gemakkelijk was om nog een kaartje voor de deur te kopen. Dat was het niet. Drie keer uitverkocht waren ze daar. Hier waren ze helemaal niet uitverkocht maar voor de zekerheid had ik mijn kaartje al in 1982 gekocht, ik wilde het niet nog eens missen. ‘Dit is al de vierde keer in Paradiso’ zei de zanger, ene Britt Daniel. Dat was mij volkomen ontgaan. Maar voor Ga Ga Ga Ga Ga (waarschijnlijk een van de domste cd-namen van de geschiedenis, en dan heb ik het nog niet eens over de bandnaam) had ik ook nog nooit van de Spoon gehoord. Ik hoorde You got your Cherry Bomb op een playlist op *kuch* Bright.nl en was meteen verkocht. Sindsdien staat het in mijn toptwintig van beste nummers ooit (maar dat zegt niets, ik heb een hele bizarre muzieksmaak. Dit staat er bijvoorbeeld ook in, en dit).

Wat direct opviel aan het live optreden van Spoon was dat ze graag rare geluiden maken. Gerommel, gekraak en gepiep, maar dan keihard. Ik denk dat ze dat doen om zo’n concert interessanter te maken, want het zijn niet echt showmannen. De band was oneindig saai om naar te kijken, wat goed uitkwam want er stonden een paar flinke twintigers voor me waardoor ik veel moeite moest doen voor een glimp.
‘Dit nummer is net Phil Collins’ zei een van de twee vriendinnen, die ik met veel overredingskracht en omkoping had meegekregen. Niet het hele repertoire was zo goed als de nummers die op Ga Ga Ga Ga staan, ik vervloekte mezelf dat ik niet wat meer cd’s had geluisterd. Spoon bestaat tenslotte als sinds halverwege de jaren negentig.

Rechts van me stond iemand constant zijn iPhone te gebruiken, voor communicatie met anderen die op dat moment toevallig niet in Paradiso waren. Het helwitte licht van de iPhone scheen, door de geringe lengte van zijn gebruiker steeds in mijn ogen. ‘Charisma is het halve werk’ las ik op het schermpje, een deel van een tweet. Ik heb niets tegen iPhones, in een ideale wereld, een wereld waarin ik niet werkloos was en ik niet alles altijd uit mijn handen liet vallen, had ik ook een iPhone. Maar er zijn momenten dat een iPhone beter in de broekzak kan blijven zitten. Hoewel ik niet graag klink als de door mij vervloekte koningin Beatrix, had ik het idee dat de knaap niet erg in het moment leefde.

Rechts van me stonden twee jonge mensen elkaar uitgebreid lief te hebben. Het was een soort neuken, hoewel ze nog wel wat kleren aan hadden. Eigenlijk was het een trio met mij, want het meisje bonkte telkens weer tegen me aan. Nadat ik ongeveer twintig keer was gebonkt, besloot ik dat voor elke twintig keer dat iemand tegen je aan bonkt, je de ander een keer heel hard in haar arm mag knijpen, met nagels, en haar daarna een paar meter mee mag sleuren naar de plaats waar ze de rest van het concert mag blijven staan, desnoods neukend, maar ver weg van mij. Voordat ik dat ging doen maakte ik me uit de voeten, want ik wil op mijn tweeënveertigste geloof ik niet door portiers Paradiso uitgegooid worden, vooral niet omdat ik a.s. zondag nog naar Hole wil.

Enfin, Spoon had zijn momenten, maar het moment waarop ze Cherry Bomb gingen spelen kwam helaas niet. (Maar dit, ook prettige nummer gelukkig wel).

januari 12, 2010

Persoonlijke mening

Ik was zaterdag op een borrel. Het was een borrel om het nieuwe jaar te vieren en ook was de schrijver die de borrel gaf jarig geweest. Dit is een serieuze schrijver, een die voor prijzen wordt genomineerd. Hij schrijft over grote kwesties zoals de nawerking van de tweede wereldoorlog en stikkende Chinezen, maar dat maakt niet uit, serieuze schrijvers drinken ook bier.

Serieuze schrijvers krijgen geen slechte recensies, dus kunnen ze ook bier drinken met recensenten. De schrijver had er twee uitgenodigd. De ene haat ik nog altijd vol vuur, en de andere had zijn klauwen toevallig nooit in een boek van mij geslagen (voor zover ik weet, recensies lees ik niet meer) dus daar kon ik wel even mee praten.

We hadden het over Kluun, want Kluun afzeiken vindt iedereen leuk, en het is weer helemaal nieuw sinds de film. Daarna spraken we over recensies. Hij had er net een geschreven, waarin hij in zevenhonderd woorden twee boeken afkraakte. Ik vroeg welke. Hij noemde er ééntje:

‘Levi Andreas van David Pefko’.

‘O’ zei ik. ‘Dat leek me juist wel leuk, wat was er niet goed aan?’

‘Hij schrijft net als Arnon Grunberg, en daar ben ik al niet zo gek op.’ Zei de recensent.

‘Misschien is die toon niet zozeer van Grunberg, maar van een generatie. Ik tref de toon ook veel aan in Amerikaanse boeken, zoals van Jonathan Saffran Foer.’ Zei ik.

‘En Dave Eggers.’ Zei een andere schrijver, die er naast stond. Dat kon ik niet beamen, want Dave Eggers heb ik niet gelezen.

‘Maar dat was niet het enige,’ zei de recensent. ‘Ik vond het ook niet erg vernieuwend.’

‘Vernieuwend? Wat is dat nou voor criterium. Wat is tegenwoordig nog vernieuwend?’

‘Salinger was vernieuwend, en Van Gogh.’

‘Ik zei tegenwoordig. En Van Gogh is geen schrijver.’

‘Nou, ik vind mezelf bijvoorbeeld vernieuwend.’ Zei de recensent, die zelf ook boeken schrijft.

Ik gaf hem de bitch, please-oogrol, en vroeg dreigend: ‘En verder?’

Hij wist het niet.

‘Dan is het geen criterium,’ besloot ik. ‘Was het onderhoudend, goed geschreven, prettig om te lezen, was het verhaal goed opgebouwd…’

‘Nee. Ik vond er niks aan. Maar het is ook maar mijn persoonlijke mening.’ Zei hij.

‘Jouw persoonlijke mening, die in de krant staat. Mensen lezen dat en besluiten of ze wel of niet een boek gaan kopen. Dat ontstijgt het persoonlijke, toch wel.’ Zei ik, met enige stemverheffing. Precies zoals ik me had voorgenomen nooit meer te doen in het nieuwe jaar.

‘Zullen we het gewoon weer over Kluun hebben?’ Vroeg de recensent.

‘Prima idee.’

Enfin, ik kocht het boek.

januari 6, 2010

Verrassing!!!

‘Ik weet dat je niet van verrassingen houdt, maar…’ Vragen aan mij worden vaak op die manier ingeleid: ‘Ik weet dat je niet van … houdt, maar’. Dat betekent waarschijnlijk dat ik veel klaag, zeur en zanik. Van verrassingen houd ik slechts in sommige gevallen. Wie me verrast met een fles dure parfum of een reis naar een exotische bestemming kan rekenen op mijn welgemeende dankbaarheid. Andere verassingen worden door mij minder vreugdevol ontvangen. In restaurants zal ik eerder de zalm bestellen, dan gestoofde bloedworst met quenelles van braam en schorseneer met oesterschuim. Ik weet graag waar ik aan toe ben.

De rest van de vraag betrof het voorstel om naar Sneak Preview te gaan in Amsterdamse studentenbioscoop Kriterion. Dat deed ik slechts één keer eerder, jaren geleden. Ik hoopte op iets leuks, O Brother, Where Art Thou, misschien, of Requiem for a Dream maar kreeg Chicken Run; een animatiefilm over schreeuwende kippen. Niet voor kinderen, maar voor idioten. Vandaar dat ik even sputterde voordat ik –zoals altijd- toch meeging, voor de gezelligheid.

Daar kan natuurlijk niets goeds van komen, zo’n Sneak Preview. Er worden zoveel middelmatige en slechte films gemaakt, en zo weinig goede. Als je naar de slager gaat en zegt ‘verras me maar’ is de kans dat je met een kogelbiefstuk thuis komt erg klein. Een zak ingewanden ligt meer voor de hand.

Het goede nieuws is, dat een kaartje voor de Sneak Preview slechts vijf Euro kost. Het slechte nieuws, was de film. De begintitels zagen er nog wel kek uit, en dat Nick Hornby het scenario schreef vond ik ook nog wel aantrekkelijk (omdat ik About a Boy was vergeten, denk ik) maar daarna ontspon zich een taaie meisjesfilm over een bijdehand schoolmeisje dat verliefd wordt op een oudere oplichter (gespeeld door Peter Sarsgaard, die hier meer griezelig dan aantrekkelijk overkomt, waardoor ik constant het idee bleef houden dat het toch een griezelfilm zou blijken). Halverwege dreigt er iets verontrustends te gebeuren met een banaan, maar dat gebeurt toch niet. Op het einde ++spoiler alert++ komt het gelukkig allemaal goed met het slimme schoolmeisje en ze mag toch naar Oxford, met aanzwellende vioolmuziek ++einde spoiler++ en omdat het allemaal niet erg genoeg was, klonk bij de aftiteling Duffy.

Ik kan de film niet aanraden, behalve als je met je moeder naar de film gaat en dan in het bijzonder als je moeder last heeft van zure oprispingen, elke keer dat iets onverwachts gebeurt in een film. Maar het was ook geen beproeving. Als hij op televisie was gekomen, had ik hem ook waarschijnlijk uitgekeken. Dus als An Education over drie jaar op zondagmiddag op de BBC komt, kan ik iets anders gaan doen. Bij voorkeur iets waarmee ik vijf Euro verdien.

januari 5, 2010

O gelukkig

De man met de langste piemel ter wereld is ook werkloos. In deze crisis zijn we allemaal de lul.

januari 4, 2010

Naamloze roddel

Welke bebrilde, oudere cabaretier, die ons vanaf het podium graag voorzegt hoe we moeten leven, gooide in een theatercafé een koffieverkeerd over het barmeisje, omdat deze (de koffie, niet het meisje) niet heet genoeg was? Niet Youp.

december 17, 2009

Mama is boos

Een tijdje geleden heb ik op aanraden van een Facebook-vriend aan een   schimmige organisatie zestien Euro overgemaakt waardoor ik nu honderden Amerikaanse televisieseries, heel nieuw en maar ook oud en verschrikkelijk oud, kan bekijken op mijn laptop. Dit kan ik iedereen die hoopt ooit nog wat te schrijven met klem afraden, maar daar gaat het nu even niet om.

Zo bekeek ik vanochtend de pilot van Cougar Town, een comedy uit 2009 met Courteney Cox (van Friends, ja), Cox die in het echt 45 is, maar met een hoofd zo glad als een ei en een keihard lichaam, speelt een veertigjarige divorcee die rommelt met jongere mannen. Dat is allemaal enorm lachen natuurlijk want jonge mannen en oudere vrouwen, dat is sneu. Kijk maar eens naar die suffe Patricia Paay.

Andere voorbeelden kunnen we zo opnoemen, Madonna met haar Braziliaanse modelletje en Demi Moore met Ashton Kutcher en probeerde Belinda Meuldijk en Corry Konings niet ook eens zoiets. Cougars noemen we deze vrouwen, dat woord komt uit de VS natuurlijk, maar we gebruiken het hier net zo gemakkelijk. Daarom heet Cougar Town ook Cougar Town. Maar hoe heet het eigenlijk als een oudere man met een jong meisje gaat? O daar is geen naam voor. Omdat het normaal is.

Op televisie zag ik kortgeleden de romantische komedie Prime waarin Uma Thurman verliefd wordt op een 14 jaar jongere man, gespeeld door Brian Greenberg (in het echt slechts 8 jaar jonger). Alleen was het geen romantische komedie want uiteindelijk krijgen de geliefden elkaar niet. Actrices zijn vaak tien, twaalf (Brad Pitt en Angelina Jolie schelen bijvoorbeeld twaalf jaar) of veertien jaar jonger dan hun tegenspelers, zonder dat zo’n leeftijdsverschil in een film wordt  genoemd, laat staan dat het thema is van de film. Op het einde wandelen ze derhalve, in tegenstelling tot de hoofdrolspeler van Prime, altijd hand in hand de zonsondergang tegemoet.

Je zal mij geen pleidooi voor oudere vrouwen met jongere mannen horen houden; ik vind ze doorgaans stomvervelend. Maar het ergert me dat alles wat vrouwen doen altijd een naampje moet hebben. Het komt uit de VS, maar wij nemen het hier klakkeloos over. Als we boeken schrijven heet dat chick lit, behalve als het door een commissie van zeikerige oude mannen wordt goedgekeurd om het stempel ‘literatuur’ te dragen, hebben we een voorkeur voor knapen dan zijn we een cougar. Als we met een lager opgeleide man uitgaan zijn we aan het down daten, terwijl een man die iets heeft met een dommere vrouw (hallo, Jessica Simpson en Billy Corgan) het gewoon goed bekeken heeft. Vrouwen zijn single, of *kokhals* happy single, mannen zijn gewoon mannen, die wel of niet bezet zijn.

De Amerikaanse gewoonte om overal woorden voor te bedenken, vind ik best amusant, maar in het feit dat vrouwendingen namen krijgen en mannendingen niet, ligt ongelijkheid. Dat is niet gaaf. En dat zeg ik niet omdat ik ongesteld moet worden ofzo. CH

BTW Na de eerste Cougar Town keek ik ook de andere tien (en wacht met smart op nieuwe afleveringen). Het is eigenlijk een hele aardige serie. Courtney Cox is leuk hysterisch en de humor doet denken aan Scrubs, waarschijnlijk omdat het door dezelfde mensen is bedacht.

december 7, 2009

Nagerecht

‘Wij noemen dat een nagerecht’ zei mijn toenmalige vriend, op mijn vraag of hij van plan was een toetje te nemen. Later beweerde hij dat het een grapje was. Grapje ja, net zoals het een grapje was toen hij zei dat hij zijn vorige vriendin eigenlijk leuker vond. Ik lachte me gek om dat soort grapjes Hoewel het al een jaar of zeshonderd geleden is, komt de zin ‘Wij noemen het een nagerecht’ altijd in mij op als ik nadenk over toetjes. En ik denk de laatste tijd veel na over toetjes. Helaas. Dat wordt veroorzaakt door een mupi die ik steeds passeer. Op de mupi wordt reclame gemaakt voor stroopwafelijs. Alsof het bedenken van stroopwafelijs iets is waar je trots op zou moeten zijn. Het ziet er nogal goor uit op het plaatje, wit ijs met bruine stroopslierten en kleine brokjes stroopwafel, en dat is nog maar de foto. In het echt zal het wel neerkomen op een homogene havermoutkleurige smurrie, want productfotografie is een tak van fotografie die weinig te doen heeft met de realiteit. Dat zal ik echter nooit weten, want ik ga nooit stroopwafelijs kopen, en degene die mij dit ijs voorzet na een etentje kan rekenen op een afkeurende zucht, gevolgd door een vernietigende frons. Hetzelfde geldt natuurlijk voor appeltaartpudding en cheesecakeijs. Allereerst is er een praktisch probleem. IJs eet je door het met je tong van een lepel af te trekken met een licht zuigende beweging, waarbij je de voortanden probeert te vermijden. Dan laat je hap in je mond smelten en slik je de vloeistof die is ontstaan door. Lijkt me evident. Maar in het geval van koekijs, of ijs met andersoortige stukjes is dat niet mogelijk. Op koek moet je kauwen en van kauwen op ijs krijg je koude tanden en dat is niet gaaf. Hier ben ik natuurlijk niet achter gekomen door stroopwafelijs te eten, want dat is smerig, ik merkte deze complicatie op tijdens het eten van een M&M McFlurry. Dat had ik nooit moeten bestellen, en daar heb ik nog steeds spijt van. Niet zoveel spijt als ik heb van verkering met de nagerechtnazi, maar spijt niettemin. Ik heb het dus nog nooit stroopwafelijs geproefd, maar ik heb er toch een hekel aan. Wie niet kan kiezen tussen ijs en koek, neemt gewoon de ene dag koek en de andere dag ijs. Alles tegelijk willen eten is gulzig en verwerpelijk. Stroopwafelijs is als een auto die tegelijk een fiets is, rijst die tegelijk patat is, of biseksualiteit.