Anderhalf jaar geleden heb ik in San Francisco een paar uur voor de deur van the Fillmore gestaan, voor een Spoon-concert, omdat iemand had gezegd dat het gemakkelijk was om nog een kaartje voor de deur te kopen. Dat was het niet. Drie keer uitverkocht waren ze daar. Hier waren ze helemaal niet uitverkocht maar voor de zekerheid had ik mijn kaartje al in 1982 gekocht, ik wilde het niet nog eens missen. ‘Dit is al de vierde keer in Paradiso’ zei de zanger, ene Britt Daniel. Dat was mij volkomen ontgaan. Maar voor Ga Ga Ga Ga Ga (waarschijnlijk een van de domste cd-namen van de geschiedenis, en dan heb ik het nog niet eens over de bandnaam) had ik ook nog nooit van de Spoon gehoord. Ik hoorde You got your Cherry Bomb op een playlist op *kuch* Bright.nl en was meteen verkocht. Sindsdien staat het in mijn toptwintig van beste nummers ooit (maar dat zegt niets, ik heb een hele bizarre muzieksmaak. Dit staat er bijvoorbeeld ook in, en dit).
Wat direct opviel aan het live optreden van Spoon was dat ze graag rare geluiden maken. Gerommel, gekraak en gepiep, maar dan keihard. Ik denk dat ze dat doen om zo’n concert interessanter te maken, want het zijn niet echt showmannen. De band was oneindig saai om naar te kijken, wat goed uitkwam want er stonden een paar flinke twintigers voor me waardoor ik veel moeite moest doen voor een glimp.
‘Dit nummer is net Phil Collins’ zei een van de twee vriendinnen, die ik met veel overredingskracht en omkoping had meegekregen. Niet het hele repertoire was zo goed als de nummers die op Ga Ga Ga Ga staan, ik vervloekte mezelf dat ik niet wat meer cd’s had geluisterd. Spoon bestaat tenslotte als sinds halverwege de jaren negentig.
Rechts van me stond iemand constant zijn iPhone te gebruiken, voor communicatie met anderen die op dat moment toevallig niet in Paradiso waren. Het helwitte licht van de iPhone scheen, door de geringe lengte van zijn gebruiker steeds in mijn ogen. ‘Charisma is het halve werk’ las ik op het schermpje, een deel van een tweet. Ik heb niets tegen iPhones, in een ideale wereld, een wereld waarin ik niet werkloos was en ik niet alles altijd uit mijn handen liet vallen, had ik ook een iPhone. Maar er zijn momenten dat een iPhone beter in de broekzak kan blijven zitten. Hoewel ik niet graag klink als de door mij vervloekte koningin Beatrix, had ik het idee dat de knaap niet erg in het moment leefde.
Rechts van me stonden twee jonge mensen elkaar uitgebreid lief te hebben. Het was een soort neuken, hoewel ze nog wel wat kleren aan hadden. Eigenlijk was het een trio met mij, want het meisje bonkte telkens weer tegen me aan. Nadat ik ongeveer twintig keer was gebonkt, besloot ik dat voor elke twintig keer dat iemand tegen je aan bonkt, je de ander een keer heel hard in haar arm mag knijpen, met nagels, en haar daarna een paar meter mee mag sleuren naar de plaats waar ze de rest van het concert mag blijven staan, desnoods neukend, maar ver weg van mij. Voordat ik dat ging doen maakte ik me uit de voeten, want ik wil op mijn tweeënveertigste geloof ik niet door portiers Paradiso uitgegooid worden, vooral niet omdat ik a.s. zondag nog naar Hole wil.
Enfin, Spoon had zijn momenten, maar het moment waarop ze Cherry Bomb gingen spelen kwam helaas niet. (Maar dit, ook prettige nummer gelukkig wel).





