
Vanavond las ik een column voor in het Parooltheater, voor een éénkoppig publiek (collega Marieke Groen) en een handvol VPRO radioluisteraars. Hoewel het nog maar op het randje is van de donderdagavond, wil ik deze column hier als eerste post neerzetten, vooral ook omdat er door een tragische fout met het uitnemen van het papier uit de printer een stukje column is verdwenen. Hieronder de hele tekst, voor de liehebber.
Kwetsend woord
Na ampel beraad heb ik het woord ‘neger’ uit mijn vocabulaire geschrapt. Ik had al een tijdje het vermoeden dat het niet pluis was, maar vorige week heeft een artikel van een Afrikaans-Russische cabaretière in NRC Next de doorslag gegeven. Het schijnt kwetsend te zijn. Nu hoort mensen kwetsen wel zo’n beetje bij mijn werk als columniste, maar dat geldt niet voor hele bevolkingsgroepen, het moet wel persoonlijk blijven dat afbranden. Het woord neger, hoor je mij dus niet meer zeggen. Dat gebeurt zo vaak met woorden, ze beginnen hun leven als neutraal woord en krijgen langzamerhand een negatieve bijklank. Hetzelfde overkwam ooit het woord ‘gastarbeider’ maar ook ‘mongool’ en ‘Puff Daddy’. Zelf wil ik ook graag een woord uitbannen. Het gaat om het woord literatuur. Op het eerste gezicht geen kwetsend woord, zou je denken. Het is zelfs een mooi statig woord. Ik heb ook geen probleem met het woord, alleen met hoe het gebruikt wordt. Ten eerste is het overbodig. Bij andere zaken waar nuffige types opgeblazen over doen, komt zo’n term helemaal niet voor. Muziek gemaakt door ernstige Japanse vioolvirtuozen met elegante lange vingers wordt net zo goed klassieke muziek genoemd als de walsen van Andre Rieu. En een St Emilion Grand Cru van zevenhonderd Euro per fles is wijn, net zoals het bocht dat in zo’n kartonnen tapdoos van Aldi zit. Zelfs kunst is nog steeds kunst als het gemaakt is door een prutser met een uitkering, die van zijn leven nog nooit een origineel idee heeft gehad.
De betekenis van literatuur is heel vaag. Volgens mijn, ongeveer vijftien jaar oude, Wolters Handwoordenboek betekent het gewoon letterkunde. Wikipedia praat er omheen, maar ik destilleer de zin ‘Daar waar literaire auteurs vaak een boodschap op artistieke wijze willen overbrengen, zijn schrijvers van lectuur gericht op het schrijven van teksten die vooral ter ontspanning gelezen worden’. Dat is natuurlijke klinklare onzin. Alle boeken fictie wordt gelezen ter ontspanning, want als je ergens geen geld voor krijgt doe je het ter ontspanning. Ontspannen met moeilijke betekenisvolle boeken kan ook heus wel, al doe ik het zelf liever niet. Wat is er mis met het woord boek of roman. Je kan een boek goed vinden, of slecht of onnozel maar het blijft een boek. Waarom moeten de schrijvers verdeeld worden in de wèl en niet literaire? Ergens hoorde ik eens dat ‘een boek literatuur is als het wordt uitgegeven door een aan de Amsterdamse grachten gevestigde uitgeverij. deze definitie was wellicht ironisch bedoeld, maar toch. Zo’n kwaliteitsaanduiding die voornamelijk gevoelsmatige betekenis heeft is natuurlijk uitermate geschikt om mindere goden buiten de deur te houden, net zoals de term ‘ons soort mensen’ of ‘volbloed’ Literatuur, betekent eigenlijk gewoon een goed, intelligent boek voor ons soort mensen. Welke boeken het literatuurvignet mogen dragen wordt hoofdzakelijk bepaald door recensenten, denk ik. De kriteria staan nergens geschreven, en kunnen per recensent verschillen. De vooroordelen die de recensent heeft over een schrijver als persoon tellen mee, dat moet wel bij zoiets subjectiefs. Wat de ene schrijver af wordt gedaan als een gebrek aan woordenschat (oke dat was ik) heet bij een andere schrijver prettig leeg en compact opgeschreven, met ruimte voor eigen interpretatie. Dat er bij die laatste schrijver tussen de oren niet zo gek veel gebeurt, weet zo’n recensent natuurlijk niet. De vermeende gelaagdheid van dit soort leeg proza, is dan ook voor rekening van de criticus. Wie autistisch overkomt of juist gewichtig oreert tijdens interviews wordt onmiddellijk literair gevonden. Dat je woorden geen enkele inhoud hebben maakt niet uit. Het klinkt goed, en daar gaat het om in literatuur. Of je literatuur schrijft of lectuur kan ook liggen aan je achternaam of geslacht. ‘Wat is die Heleen toch een slet’ zou men zeggen wanneer je in het boek in het negerinnenneukboek ‘Alleen nette mensen’ van Robert Vuijsje het woord ‘bil’ vervangt door negerlul en beweert dat Heleen van Royen het heeft geschreven. Een Gouden Uil zou ze echt niet krijgen, wel publiciteit. Net zoveel als ze nu krijgt trouwens, want Heleen van Royen zal het een biet zijn of ze literatuur schrijft of niet. Als je zoveel verdient als zij, is erkenning niet meer zo belangrijk, denk ik.
Hier spreekt natuurlijk de verbittering van de auteur die te licht is bevonden. Die buiten de deur wordt gehouden door ploertige portiers. Maar die twee dingen die ik schreef, waar bijna geen een recensent (op die lieve Elsbeth Etty na) een vriendelijk woord voor over had, waren gewoon boeken. Ik zou het op prijs stellen als jullie het woord literatuur, om mijn gevoelens en de gevoelens van andere schrijvers die niet bij het clubje horen te sparen, niet meer zouden gebruiken. Dan blijf ik oefenen op het woord neger. CH